Lidmaatschap

OrganisatieDe school kent de volgende categorieën lidmaatschap:

  1. reguliere leden (onderzoekers verbonden aan een van de in de school deelnemende universiteiten)

  2. geassocieerde leden (aan andere instellingen verbonden onderzoekers)

  3. aspirantleden (researchmasterstudenten)

  4. buitenleden

  5. reguliere leden.

I. reguliere leden

Mediëvisten verbonden aan een van de in de school deelnemende universiteiten, van wie (een deel van) de onderzoekstijd door hun faculteit is ondergebracht bij de school.
 

  • I a. hoogleraren, uhd’s en universitair docenten in vaste dienst
  • I b. docenten en onderzoeksmedewerkers in tijdelijke dienst betaald uit de universitaire middelen
  • I c. postdocs, d.w.z., gepromoveerde mediëvisten met een tijdelijke aanstelling als postdoc (starting investigator, advanced investigator, fellow, pionier etc) bij een van de deelnemende universitaire instellingen betaald uit externe nationale of internationale middelen
  • I d. interne promovendi, d.w.z. promotiestudenten, aio’s, oio’s bursalen etc., met een onderzoeksobject op het terrein van de mediëvistiek verbonden aan een van de in de school deelnemende universitaire instellingen, die (elementen uit) het opleidingsprogramma van de school volgen.

II. geassocieerde leden.

Mediëvisten verbonden aan een niet in de school deelnemende faculteit of universiteit, aan extra-universitaire onderzoeksinstituten en erfgoedinstellingen van wie (een deel van) hun onderzoekstijd is geoormerkt voor onderzoek op het terrein van de mediëvistiek.
 

  • II a. hoogleraren, uhd’s en universitair docenten in vaste dienst
  • II b. docenten en onderzoeksmedewerkers in tijdelijke dienst betaald uit de universitaire middelen
  • II c. postdocs, d.w.z., gepromoveerde mediëvisten met een tijdelijke aanstelling als postdoc (starting investigator, advanced investigator, fellow, pionier etc) bij een niet in de school deelnemende faculteit of universitaire instellingen, bij een onderzoeksinstituut of erfgoedinstelling, betaald uit externe nationale of internationale middelen
  • II d. externe promovendi, d.w.z.
  • - promotiestudenten, aio’s, oio’s bursalen etc., met een onderzoeksobject op het terrein van de mediëvistiek verbonden aan een niet in de school deelnemende faculteit of universiteit, aan extra-universitaire onderzoeksinstituten en erfgoedinstellingen - als zodanig aangemelde en geregistreerde promovendi die los van een werkkring een promotie op het terrein van de mediëvistiek voorbereiden.
  • II e. leden van de Vlaamse Werkgroep Mediëvistiek.

III. aspirantleden.

III a. Studenten van Researchmasteropleidingen van in de school deelnemende universitaire instellingen
III b. Studenten van Researchmasteropleidingen van niet in de school deelnemende universitaire instellingen
 

IV. buitenleden

IV a. Mediëvisten, ooit behorende tot de categoriën 1 of 2, waarvan als gevolg van pensionering, vervroegde uittreding, verandering van werkkring of ontslag de relatie tot de instelling is beëindigd, of waarvan als gevolg van de promotie de status van promovendus is beëindigd, zonder te resulteren in een dienstverband aan een deelnemende instelling, maar die actief een bijdrage blijven leveren tot het vakgebied der mediëvistiek.
IV b. Overige onderzoekers in binnen- en buitenland die, omdat zij een belangrijke bijdrage leveren tot het onderzoek of het onderwijs in de mediëvistiek in het Nederlande taalgebied, zijn uitgenodigd tot de school toe te treden.
IV c. Overige onderzoekers, actief op het gebied van de mediëvistiek, die op hun eigen verzoek door het bestuur tot de school zijn toegelaten.
 

1.1. Kosten

  1. Voor reguliere leden zijn de basiskosten (informatievoorziening, administratie etc.) gedekt via de bijdrage van hun faculteit aan de onderzoekschool. Dat geldt voor de promovendi ook voor de deelname aan het basis-opleidingsprogramma van de school. 

  2. Geassocieerde leden (met uitzondering van de leden van de Vlaamse Werkgroep Mediëvistiek) betalen met ingang van september 2011 € 10 per persoon per jaar voor de basiskosten. Bij deelname aan opleidingsactiviteiten worden kosten in rekening gebracht.

  3. Voor aspirantleden is de informatievoorziening gratis. Dat geldt voor subcategorie 3a ook voor deelneming aan (delen van) het basis-opleidingsprogramma; bij subcategorie 3b worden hiervoor kosten in rekening gebracht. 

  4. Buitenleden: de subcategorieën a. en c. betalen € 10 per persoon per jaar voor de basiskosten; subcategorie b. is als geïnviteerde vrijgesteld van betaling.

Voor alle categorieën geldt dat voor deelname aan gedeelten van het opleidingsprogramma en de Mediëvistendag niet voortvloeiend uit een onderwijsverplichting de per activiteit geldende reële kosten in rekening gebracht worden.